Augustus 2020, essay over mentale muren na aanleiding van
Black Lives Matter protesten in de zomer van 2020


Ik tegen jou, tegen mij tegen ons, tegen wij tegen hen

Alweer een paar jaar geleden bezocht ik een avond in Pakhuis de Zwijger in
Amsterdam, het zou gaan over gendergelijkheid. In de loop van het gesprek kwam het
onderwerp racisme aan bod. Een witte heterovrouw uit het publiek vroeg aan een van
de deelnemers van het panelgesprek – een zwarte homoseksuele man, hoe zij kon
helpen in het gesprek rondom racisme; of hij haar een aantal tips kon geven hoe zij
beter kon worden in antiracistisch zijn. Zij, als witte heteroseksuele vrouw, zij die voldoet
aan de norm. De man werd boos. Hij werd duidelijk geraakt en diende haar van repliek.
Hij was het beu om altijd als zwarte raadgever te dienen en hij eindigde met de
woorden: het is niet alleen mijn gevecht, het is net zo goed jouw gevecht.

In de TED-talk The intangible effects of walls van Alexandra Auer, een Duitse social-
designer, spreekt zij over de effecten van muren, zowel fysieke als mentale. Auer
spreekt met name over de mentale muren die ontstaan in ons hoofd nadat fysieke
muren zijn gebouwd. In het kort: aan elke kant van de muur ontplooit de bevolking zich
anders, en daarbij ziet de ene kant niet hoe de andere kant zich ontwikkelt. Er ontstaat
een ons en een zij met daartussen een mentale muur die het wij scheidt. De mentale
muur zorgt ervoor dat we langzaam vergeten wat we gemeen hebben met de mensen
aan de overkant. Wat blijkt: nadat een fysieke muur is doorbroken, kan het generaties
lang duren voordat de mentale muur ook afbrokkelt.

Het idee van de mentale muur bleef maar in mijn gedachten. Ik geloof niet dat mentale
muren alleen ontstaan daar waar een fysieke zich optrekt. Er zijn overal onzichtbare
muren te vinden in ons denken: tussen geloofsovertuigingen, politieke meningen,
seksuele voorkeuren, sociale klasse, racisme, gender, wel of niet tegen Zwarte Piet zijn.
Het zijn de meningen, oordelen en aannames van die mentale muren die een ik
tegen jou, tegen mij tegen ons, tegen wij tegen hen creëren.

Het is een opvallend fenomeen, het ik tegen jou. Alsof we overal altijd maar wat van
moeten vinden. Ik ben eens nagegaan waar mijn mentale muren zich bevinden. Vooral
benieuwd was ik of mijn muurtjes zijn veranderd door inzichten die ik heb verkregen,
door nieuwe perspectieven die ik opzocht ofwel realisaties die ik had gaandeweg.
Tijdens die avond bij het Pakhuis de Zwijger kon ik niet precies in woorden vatten wat ik
nou van de situatie vond, maar ik weet nog dat ik mij beter kon verplaatsen in de witte
vrouw dan in de zwarte man. Ik vond zijn reactie overdreven, té heftig en ik zag niet in
waarom het ook haar strijd was. Dezelfde vraag die de vrouw had gesteld had ook door
mijn hoofd gespookt, ik wilde ook tips en het liefste van iemand met ervaring over het
onderwerp. Ik heb destijds niet de moeite genomen om me te verdiepen in zijn
perspectief.

Het is nu, in de context van de laatste maanden, dat ik opeens weer moest denken aan
de woorden van de man. En hem begrijp.

Ik snapte toen niet hoe absurd het was om als gemarginaliseerde groep – door de
eeuwen heen onderdrukt, ook de verantwoordelijkheid naar je toe geschoven te krijgen
om de dominante groep te onderwijzen hoe zij niet meer racistisch moeten zijn. Je
ondergaat racisme, een probleem dat ooit gecreëerd is door de dominante groep - en
vervolgens wordt er aan je gevraagd om ook de oplossingen voor het probleem aan te
dragen. Precies daar, in de weigering van de man om de tips te geven, zat een
wonderlijke daad van verzet.

Maar zo zag ik het destijds niet, omdat ik mij niet bewust was dat de man en ik aan
dezelfde kant van de muur staan, ik was vergeten wat we gemeen hebben; de strijd
vóór gelijkwaardigheid. Dat de zaken die we niet gemeen hebben gaan over onze
verschillende startpunten in het leven en de privileges die daaruit voortvloeien. Zijn zicht
op de muur was gewoon anders dan die van mij. Mijn mentale muur destijds?
Onwetendheid. Ik had niet de tijd genomen om twijfel toe te laten in mijn perspectieven
zodat mijn onwetendheid plaats kon maken voor nieuwsgierigheid - omdat ik de
integriteit van de witte vrouw niet in twijfel trok, en zij meer op mij leek dan de zwarte
man. En juist die twijfel - die ik niet toeliet - wil ik aanhalen.

Want als ik meer had getwijfeld, had ik beide kanten van de situatie nader bekeken. Het
had de honger aangewakkerd om te willen uitzoeken waar zijn boosheid vandaan
kwam, en wat de man precies had bedoeld met dat het niet alleen zijn strijd zou moeten
zijn maar ook de hare. Het had ervoor gezorgd dat ik de verschillende perspectieven
had gezien en ze had kunnen toelaten in mijn afweging wat ik van de situatie vond.
Wat mij betreft moeten we massaal meer gaan twijfelen. Want hoewel twijfel in onze
huidige maatschappij niet veel kranten zal verkopen zorgt ze ervoor dat onze mentale
muren kunnen afbrokkelen, waardoor we allen vanuit onze eigen plek de perspectieven
van de ander kunnen zien en meenemen in ons gedachtengoed.

Want wat zou het heerlijk zijn als beide kanten in de Zwarte Pieten-discussie eens
wat meer zouden twijfelen over hun eigen gelijk en elkaar eens zouden uitnodigen
achter hun muurtje, om vervolgens te beseffen dat de deskundige twijfelaar het dichtst
bij de waarheid komt.

Dan kunnen we spreken over een ik met jou, met mij met ons samen met hen.